Micro living #2: op zoek naar het perfecte micro paleis

Daar stond ik dan, kloppende op de deur van de Amsterdamse woningmarkt. Ik stond niet op de gastenlijst en kende ook niet iemand die vaste klant was hier. Dan moet je wel creatief worden. Op duizenden deuren heb ik geklopt (figuurlijk, niet letterlijk), en bij de meeste van deze deuren werd niet open gedaan.

Het is ook een grote opgave, in een stad die je niet van binnen en van buiten kent maar ‘even’ een huis vinden. Zeker in Amsterdam, waar de druk op de huizenmarkt idiote proporties heeft aangenomen. Hoe ik het heb aangepakt? Ik vertel het je in deze blog!

Zoeken op onwaarschijnlijke plekken

Zoals het een echte millenial betaamt ben ik begonnen met mijn zoektocht op het internet. Via deze digitale intergalactische ruimte kwam ik op een wildgroei aan woningsites uit. Vele daarvan erg onbetrouwbaar. Tip als jij op dit moment in deze situatie zit: betaal geen websites voor een abonnement of om reacties te kunnen geven. Hier zijn echter uitzonderingen op (om het makkelijk te houden). Rule of thumb: als bij een Google-search “insert-website-naam” + “betrouwbaar” resultaten van Kassa, Radar of andere klachtensites naar boven komen; niet doen!

Grote aanrader is om je aan te melden bij één van de nieuwbouwprojecten in Amsterdam. Hier heb je een grotere kans dat je uitgeloot wordt, omdat er een flink aantal woningen in één klap beschikbaar komen. Daarnaast kun je – als je in de eerste ronde niet aan de beurt bent gekomen – met voorrang je vaak inschrijven voor een opvolgende fase. Daarnaast wordt een flink aandeel van de nieuwbouwappartementen aangeboden in het middeldure segment, door regelgeving van de gemeente. Grotere kans dat dit bij jouw budget past!

Uiteindelijk heb ik wél een website mijn geld gegeven om te mogen reageren op een woonruimte, wat uiteindelijk leidde tot het tekenen van een huurcontract. Ik heb mijn studio via Kamernet gevonden. Doordat ik binnen enkele uren nadat de advertentie was geplaatst had gereageerd, én omdat ik een duidelijke beschrijving van mijzelf als huurder had gegeven werd ik direct uitgenodigd.

Locatie, locatie, locatie

Wanneer je gaat verhuizen is het erg makkelijk om naar de ruimtes, de (al dan niet) karaktervolle gevel of andere gimmicks van de woning te kijken. Dit is in mijn mening echter niet het belangrijkste. Wáár je woont is belangrijker. Hoe is je levensstijl? Moet je vaak gebruik maken van treinen of het ov? Liggen er haltes dichtbij met een goede verbinding met jouw doelbestemming? Zitten er supermarkten of andere voorzieningen op loop- of fietsafstand? Hoe is de feeling van de buurt? Al deze vragen moet je jezelf stellen voordat je ook maar reageert op een woonruimte.

Natuurlijk moet je ook niet te veeleisend zijn, of je zoekgebied té klein maken. Ik ben bijvoorbeeld gaan zoeken in het gebied tussen de grachtengordel en de Ring, met lichte uitloop naar Nieuw-West, Zeeburg, Duivendrecht, Zuidoost en Buitenveldert. Het was belangrijk dat ik bij een intercity-station in de buurt zou wonen, dus dit was ook een van mijn zoekcriteria. Daarnaast wilde ik het liefst in een óf enorm karakteristieke óf enorm moderne omgeving wonen. Na twee jaar in een jaren 60 wijk was ik daar eventjes klaar mee.

Focussen op indelingsmogelijkheden

Het is dan eindelijk zo ver. Je hebt een woning gevonden die je wilt (en mag!) gaan bekijken. Het is natuurlijk erg klein, want je bent uiteraard helemaal fan van micro-living. Hoe weet je of de ruimte goed voor jou is? Betekent meer vierkante meters een betere woonruimte?

Ik ben erachter gekomen dat dit niet zo is. Het gaat enorm over de potentie van de ruimte. Hoe zijn de hoekjes van de ruimte? Kun je hier iets mee? Neem als voorbeeld de ruimte waar mijn bed staat. Hier past perfect een bed van 140 cm met daarnaast een nachtkastje. Had dit niet gepast, dan was deze ruimte een stuk moeilijker in te delen. Zie je bij een bezichtiging een plek waar jij zó een bed, bank of tafel ziet staan? Meten is weten, en beter doe je dit voordat je de papieren tekent dan daarna.

Het bruikbaar vloeroppervlak is heel belangrijk. Is de ruimte breed genoeg om een bank of tafel vrij in de ruimte te zetten dan win je gigantisch veel muurruimte om kasten en dergelijke neer te zitten.

Something old, something new

Heb je meubels die meeverhuizen? Dan is het zeker belangrijk om te meten of die meubelstukken in de ruimte passen. Neem als rule of thumb dat beweegruimte (looppaden, ruimte voor de bank, ruimte voor kasten) tussen de 90 en 100 cm moet zijn. Bij kasten die je minder gebruikt mag je hier wel wat onder zitten, maar zorg voor minimaal deze ruimte voor de vaste elementen in je interieur. Neem de maatvoeringen van je meubelsstukken, meet de ruimte op en begin met puzzelen. Begin met grote vlakken als het bed en de bank en kijk vanuit daar verder of er meer past. Laat je -indien de ruimte gemeubileerd is wanneer je het bezichtigd- inspireren maar zeker niet afleiden door de huidige inrichting.

Ook belangrijk is om outside the box te gaan denken als het erop lijkt dat de ruimte net niet groot genoeg voor je is. Ben je qua locatie, feeling en look verliefd op een huisje maar past net niet alles er in? Misschien kun je wel kiezen voor een hoogslaper. Of misschien heeft de woonruimte wel inbouwkasten die -na eventueel een flinke afslankkuur- ruim genoeg zijn voor je garderobe.

Heb je nog aanvullende adviezen? Of andere opmerkingen? Let me know in the comments!

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *